Erps hoertje

2-6-1792 RA Erp BHIC toegang 7690 inv.nr. 82 foto 401/416

Verhaal van Antoon Vissers uit Deurne met voorouders in Erp.

Erps hoertje

Luijcas Gerit Biegelaar, 38 jaar, Hendrina, weduwe Gerrit van Schijndel, 50 jaar en Jacobus Donsecous, kleermakersknecht 21 jaar leggen voor schepenen van Erp verklaringen af ter instantie van Godefridus Jonkers wonende te Erp als verweerder tegen Theodore Willem van de Meer als eiseres.

Vraag: of ze vaak ten huize van weduwnaar Godefridus Jonkers, waar ook als dienstmeid Theodore Willem van de Meer woonden?
Antwoord: allen zeggen ja.

Vraag: Of ze Godefridus Jonkers kennen als een ordentelijke man.
Antwoord: we kennen hem als niet anders.

Vraag: Of Godefridus en de dienstmeid Theodore vaak alleen thuis waren en Godefridus haar in de omgang oneerbaar en lichtvaardig bevond?
Antwoord: Theodore is zeer lichtvaardig en oneerbaar, merkbaar door haar slechte praat en discoursen (praatjes) die ze uit sloeg.

Vraag: of de taal die Theodore uitsloeg was als een lichtvaardig en gemeen vrouwmens.
Antwoord: ja.

Vraag: of ze zo ook praatte tegen
Antwoord: Luijcas zegt dat hij dat niet weet.

Vraag: Of Theodore ook ooit sprak over zwanger worden?
Antwoord: weet ik niet.

Vraag: of ze liet blijken dat ze geen maagd meer was?
Antwoord: weet ik niet.

Vraag: of ze haar lichaam vaak liet gebruiken door manspersonen en daarmee vleselijke conversaties heeft gehad?
Antwoord: dat hebben ze wel gehoord.

Vraag: Of Theodore dat ook wel eens aan hen had gevraagd?
Antwoord: Ja.

Vraag: Of ze zeer verleidelijk was tot hoererij?
Antwoord: ja

Vraag: of ze hem Luijcas ook wel een verleid had tot hoererij of vleselijke conversatie?
Antwoord: ja

Vraag: of ze hen daartoe aanlokte en dan zei niet bang te hoven zijn dat ze kind zouden maken, als dat haar wil niet was.
Antwoord: ja

Vraag: of ze verhaaltjes rond strooide over kramen of niet kramen?
Antwoord: comparant verklaard dat hij haar dat heeft horen zeggen. Ook praatjes over haar gehoord zoals “al wiert sij thien oft twintigmaal afgenaaijt van verscheidene menschen sij daarvan geen vrugten zou dragen als het niet haar zin niet was, dat sij daar raadt voor wist”

Vraag: of ze ooit vertelde dat ze er niets om gaf hoe vaak ze gebruikt werd, omdat ze daar wel tegen kon.
Antwoord: als voor

Vraag: of ze ooit gezegd heeft dat ze iemand naar haar zin had uitgekozen, mocht ze zwanger raken. Dit vertelde ze toen ze nog in Boekel woonde.
Antwoord: ja

Vraag: of er wel eens een vreemd persoon, die net als haar baas er op uit was stiekem haar wilde gebruiken.
Antwoord: daar weet ik niets van.

Vraag: of ze ooit in vertrouwen gezegd heeft dat ze van tijd tot tijd geld van haar baas Godefridus heeft verborgen?
Antwoord: hebben ze nooit gehoord.

Vraag: aan Hendrina de weduwe van Gerrit van Schijndel wordt gevraagd of ze weet dat Theodore, nadat deze een dag of drie als dienstmeid weg was geweest, terug gekomen aan Godefridus Jonkers een gouden kruis met knop gaf?
Antwoord: wel gezien, maar kan de tijd niet goed meer herinneren.

Vraag: wordt ook nog aan Hendrina gevraagd of dat Theodore het gouden kruis met knop heeft gekocht van het geld wat ze uit de kast van Godefridus Jonkers had gestolen?
Antwoord: niet gehoord, maar wel gezien dat ze het aan Godefridus terug gaf met de woorden “gij sult er beter afkomen als ik”.

Vraag: Heeft Jonkers toen tegen Theodore zei dat ze een slecht mens en een hoer was.
Antwoord: wel gehoord dat Jonker zei “canaille scheert U de deur uijt, Godt weet wat ge me ontnomen hebt.”

Vraag: Of Theodore toen antwoordde “oft gij vader sijt of niet ik sal U toch vader maaken van het kindt daar ik van moet kraamen”.
Antwoord: dat heeft Hendrina wel gehoord.

Vraag: aan Hendrina en Jacobus of ze in 1791 er ook bij waren toen Jonkers tegen Theodora van der Meer zei “donderse todt van vrouwmensch, ik heb horen seggen dat de knecht van Piet Hendrik Evers met u konde doen wat hij wilde”. of zij comparanten ook gezien hebben dat Theodore een brief had van advocaat Van Ommeren en dicteerde dat hij Jonkers, zich moest houden aan zijn trouw belofte en waar Jonkers op antwoordde “heb ik uw trouw belooft?, neen” Theodore: “maar nu ik kraamen moet dat is trouw belofte genoeg”, Godefridus: “daar ben ik geen vader van”, Theodore: “vader off geen vader ik sal u evenwel vader maaken”.
Antwoord: Ja ze hebben dit alles gezien en gehoord. Luijcas hoorde Godefridus zeggen: “scheer u de deur uijt bliksemse todt. Ik heb horen zeggen dat Piet Hendrik Evers knegt met u kan doen wat hij wilde” waarop Theodore zei: “al heeft hij er tienmaal aan geweest het heeft evenwel niet gevat” Godefridus: “gaat den huis uijt off ik zalde u uijt leijden, Theodore: gij moet er mijn niet uijtleijden ik zal der uijtgaan” Godefridus: “ dat ik u nooit gehoort off gezien hadt dat was beter voor mijn ” vraagt zij “wat redenen”? Hij: “dat gij mij veel ontnomen hebt” Zij: “ik weet en kan veel ontnomen hebben dat ik niet weet, der zonden er wel meer, doen die woonde gelijk als ik” Hij “dan mag het Hendrien ook wel doen” Zij: ”dat magse zoo wel doen als ik, dat sijn nog geen dagelijkse zonden”.
Godefridus Jonkers moet ook nog gezegd hebben ”wel vrouwmensch, diefegge daar ge bent, ge hebt me zoo bestolen”.

Deze laatste discussie hebben de drie niet gehoord.


21-7-1791 RA Erp BHIC toegang 7690 inv.nr. 82 foto 237
Gerardus Josephus Schippers, chirurgijn en voedmeester, Allegonda Hendrik Maas, weduwe van Thomas van de Vondervoort, 38 jaar en Petronella de vrouw van Johannes Roijakkers, 36 jaar leggen voor de schepenen van Erp de volgende verklaring af.
Ze zijn op 21 juli 1791 vroeg in de morgen, tussen drie en vier uur, geweest in het huiske van Willem van der Meer alwaar diens dochter Theodore in barensnood lag. Theodore Willem van der Meer is daar bevallen van een zoon. Tijdens het bevallen werd door de chirurgijn en vroedmeester gevraagd wie de vader was en waarop Theodore verklaarde dat dit Godefridus Jonkers is en dat ze de dood zou sterven als dat niet waar zou zijn. ze wil dat zelfs onder ede verklaren.